Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 3,45 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 2,06 (6% inclusief btw)
Dit product moet worden goedgekeurd door de apotheker.
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt
4.4. Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Zie ook 4.8 Bijwerkingen De volgende waarschuwingen en voorzorgen gelden voor beta-adrenerge antagonisten in het algemeen.
Anesthetica Voortzetting van beta-blokkade reduceert het risico op aritmie tijdens inductie en intubatie. Als beta blokkade onderbroken wordt als voorbereiding op een heelkundige ingreep, dan moet de behandeling met de beta-adrenerge antagonist minstens 24 uur van tevoren worden stopgezet. De nodige voorzichtigheid is vereist bij het gebruik van bepaalde anesthetica die myocarddepressie veroorzaken. De patiënt kan tegen vagale reacties worden beschermd door intraveneuze toediening van atropine. Cardiovasculair - Als algemene regel geldt dat beta-adrenerge antagonisten niet mogen worden gebruikt bij patiënten met onbehandeld congestief hartfalen, tenzij hun toestand is gestabiliseerd. - Bij patiënten met een ischemische hartziekte moet de behandeling met een beta-adrenerge antagonist geleidelijk worden afgebouwd over een periode van 1 à 2 weken. Indien nodig moet tegelijkertijd een substitutietherapie worden gestart om een mogelijke verergering van angina pectoris te voorkomen. - Beta-adrenerge antagonisten kunnen bradycardie veroorzaken. Als de polsfrequentie in rust tot minder dan 50 à 55 slagen per minuut daalt en/of de patiënt symptomen ervaart die wijzen op bradycardie, dan moet de dosis worden verlaagd. - Beta-adrenerge antagonisten moeten met de nodige voorzichtigheid worden gebruikt: - bij patiënten met perifere circulatiestoornissen (Raynaud-fenomeen of ziekte van Raynaud, claudicatio intermittens), omdat die stoornissen kunnen verergeren; - bij patiënten met een eerstegraads hartblok, omdat beta-blokkers een negatief effect hebben op de geleidingssnelheid; - bij patiënten met Prinzmetal-angina tengevolge van ongehinderde vasoconstrictie van de kransslagaders die gemedieerd wordt door de alfa-receptor; beta-adrenerge antagonisten kunnen de frequentie en de duur van de angina-aanvallen doen stijgen. -Combinatie van nebivolol met calciumantagonisten van het type verapamil en diltiazem, met anti-aritmica van klasse I, en met centraal werkende antihypertensiva, wordt doorgaans afgeraden. Zie voor details rubriek 4.5. Metabool/Endocrinologisch - Nobiten heeft geen invloed op de glucosespiegels bij de diabetespatiënt. Toch is bij diabetespatiënten de nodige voorzichtigheid vereist, omdat Nobiten bepaalde symptomen van hypoglykemie (tachycardie, palpitaties) kan maskeren. - Bètablokkers kunnen het risico op ernstige hypoglykemie verder verhogen bij gelijktijdig gebruik met sulfonylureumderivaten. Diabetespatiënten moet worden geadviseerd om hun bloedglucosewaarden zorgvuldig te controleren (zie rubriek 4.5). - Beta-adrenerge blokkers kunnen tachycardie maskeren bij hyperthyroïdisme. Plots staken van de behandeling kan de symptomen verergeren. Respiratoir - Bij patiënten met chronische obstructieve longaandoeningen moeten beta-adrenerge antagonisten met de nodige voorzichtigheid worden gebruikt, omdat de luchtwegvernauwing kan toenemen. Andere - Patiënten met een voorgeschiedenis van psoriasis mogen beta-adrenerge antagonisten alleen na grondige afweging gebruiken. - Beta-adrenerge antagonisten kunnen de gevoeligheid voor allergenen en de ernst van anafylactische reacties verhogen. Bij het begin van de behandeling van chronisch hartfalen met nebivolol is regelmatige controle vereist. Zie voor de dosering en wijze van toediening rubriek 4.2. De behandeling mag niet plotseling worden gestopt, tenzij daar een duidelijke indicatie voor is. Zie voor meer informatie rubriek 4.2.
Hypertensie
Chronisch hartfalen
Informeer uw arts in elk geval altijd als u naast Nobiten een van de volgende geneesmiddelen gebruikt of krijgt toegediend:
disopyramide, felodipine, flecainide, guanfacin, hydroquinidine, lacidipine, lidocaine,
methyldopa, mexiletine, moxonidine, nicardipine, nifedipine, nimodipine, nitrendipine,
propafenone, quinidine, rilmenidine, verapamil).
barbituraten (ook gebruikt voor epilepsie), fenothiazines (ook gebruikt bij braken en
misselijkheid) en thioridazine.
geneesmiddelen tegen depressie, bijvoorbeeld amitriptyline, paroxetine, fluoxetine.
geneesmiddelen die gebruikt worden voor anesthesie tijdens een operatie.
geneesmiddelen tegen astma, verstopte neus of oogziektes als glaucoom (verhoogde druk
in het oog) of om de pupil te verwijden.
gedurende een kankerbehandeling).
Zowel deze geneesmiddelen als nebivolol kunnen de bloeddruk en/of een andere hartfunctie beïnvloeden.
4.8. Bijwerkingen De bijwerkingen voor hypertensie en CHF zijn - gezien de verschillen in de onderliggende aandoeningen - apart vermeld. Hypertensie De gemelde bijwerkingen, die in de meeste gevallen mild tot matig van aard waren, zijn in de onderstaande tabel aangegeven, geclassificeerd naar orgaansysteem en gerangschikt naar frequentie: KLASSE VAN ORGAANSYSTEEM Vaak (1/100 tot < 1/10) Soms (1/1.000 tot 1/100) Zeer zelden (1/10,000) Niet bekend
Immuunsysteem�aandoeningen angio-oedeem, overgevoeligheid
Psychische stoornissen nachtmerries, depressie
zenuwstelsel�aandoeningen hoofdpijn, duizeligheid, paresthesie syncope
Oog-aandoeningen verminderd zicht
Hart- aandoeningen bradycardie, hartinsufficiëntie, vertraagde AV geleiding/AV-blok
Bloedvat�aandoeningen hypotensie, (toename van) claudicatio intermittens
Ademhalings�stelsel-, borstkas�en mediastinium�aandoeningen dyspnoe bronchospasme
Maagdarm-stelsel�aandoeningen constipatie, nausea, diarree dyspepsie, flatulentie, braken
Huid- en onderhuid�aandoeningen pruritus, erythemateuze uitslag exacerbatie psoriasis Urticaria
Voortplantings�stelsel- en borst�aandoeningen impotentie
Algemene aandoeningen en toedienings�plaatsstoornissen vermoeidheid, oedeem
De volgende bijwerkingen zijn ook met enkele beta-blokkers gemeld: hallucinaties, psychosen, confusie, koude/cyanotische extremiteiten, Raynaud-fenomeen, droge ogen en oculo-mucocutane toxiciteit van het type practolol.
Chronisch hartfalen Uit een placebo-gecontroleerde klinische studie met 1067 patiënten die nebivolol en 1061 patiënten die placebo kregen, zijn gegevens over bijwerkingen bij patiënten met chronisch hartfalen bekend. In deze studie meldden in totaal 449 nebivololpatiënten (42,1%) bijwerkingen met ten minste een mogelijk causaal verband, vergeleken met 334 placebopatiënten (31,5%). De meest gemelde bijwerkingen door nebivololpatiënten waren bradycardie en duizeligheid, beide bij ongeveer 11% van de patiënten. De overeenkomstige frequenties bij placebopatiënten waren respectievelijk ongeveer 2% en 7%. De volgende incidenties werden gemeld voor bijwerkingen (in elk geval mogelijk geneesmiddel�gerelateerd) die met name bij de behandeling van chronisch hartfalen van belang kunnen zijn: - Verergering van hartfalen deed zich voor bij 5,8% van de nebivololpatiënten vergeleken met 5,2% van de placebopatiënten. - Orthostatische hypotensie werd gemeld bij 2,1% van de nebivololpatiënten vergeleken met 1.0% van de placebopatiënten. - Geneesmiddelintolerantie deed zich voor bij 1,6% van de nebivololpatiënten vergeleken met 0,8% van de placebopatiënten. - Eerstegraads atrioventriculair blok deed zich voor bij 1,4% van de nebivololpatiënten vergeleken met 0,9% van de placebopatiënten. - Oedeem in de benen werd gemeld bij 1,0% van de nebivololpatiënten vergeleken met 0,2% van de placebopatiënten.
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de in "Samenstelling" vermelde hulpstoffen.
- Stoornissen van de leverfunctie of leverinsufficiëntie.
- Acuut hartfalen, cardiogene shock of episodes van decompensatie bij hartfalen waarbij i.v.
inotrope behandeling noodzakelijk is.
Bovendien is Nobiten, net als andere betablokkers, gecontra-indiceerd bij:
- "sick sinus"-syndroom, inclusief sino-atriaal blok;
- tweede- en derdegraads hartblok (zonder pacemaker);
- voorgeschiedenis van bronchospasme en astma bronchiale;
- onbehandeld feochromocytoom;
- metabole acidose;
- bradycardie (hartfrequentie lager dan 60 slagen/minuut vóór het begin van de behandeling);
- hypotensie (systolische bloeddruk - ernstige perifere circulatiestoornissen.
Zwangerschap Nebivolol heeft farmacologische effecten die schadelijk kunnen zijn voor de zwangerschap en/of de foetus/pasgeborene. In het algemeen verminderen beta-blokkers de placentaire perfusie, hetgeen kan leiden tot groeiachterstand, intra-uteriene dood, abortus of voortijdige bevalling. Voorts kunnen er bijwerkingen (met name hypoglykemie en bradycardie) bij de foetus en de pasgeborene optreden. Indien behandeling met beta-blokkers noodzakelijk is moet bij voorkeur voor een beta1-selectieve blokker worden gekozen. Nebivolol dient uitsluitend tijdens de zwangerschap te worden gebruikt indien werkelijk noodzakelijk. Als gebruik van nebivolol noodzakelijk wordt geacht, moeten de doorbloeding van de uterus en de placenta en de groei van de foetus met zorg worden gecontroleerd. Verandering van de behandeling moet worden overwogen als er schadelijke effecten op zwangerschap en de foetus zijn. De pasgeboren zuigeling moet zorgvuldig worden gecontroleerd. Symptomen van hypoglykemie en bradycardie zijn in het algemeen binnen de eerste 3 dagen te verwachten. Borstvoeding In dierproeven is gebleken dat nebivolol wordt uitgescheiden in de moedermelk. Of dit geneesmiddel in humane moedermelk wordt uitgescheiden is niet bekend. De meeste beta-blokkers, vooral lipofiele stoffen als nebivolol en zijn actieve metabolieten, worden in de moedermelk uitgescheiden, alhoewel in een variabele mate. Een risico voor de pasgeborenen/zuigelingen kan niet uitgesloten worden. Daarom mogen moeders die nebivolol nemen geen borstvoeding geven. Fertiliteit Nebivolol had geen effect op de vruchtbaarheid bij ratten, behalve bij doseringen die enkele malen hoger waren dan de aanbevolen maximale dosis voor de mens, toen werden schadelijke effecten op de mannelijke en vrouwelijke voortplantingsorganen bij ratten en muizen waargenomen. Het effect van nebivolol op de menselijke vruchtbaarheid is onbekend.
Volwassenen
Toedieningswijze
| CNK | 2511947 |
|---|---|
| Organisaties | Menarini |
| Merken | Menarini |
| Breedte | 43 mm |
| Lengte | 102 mm |
| Diepte | 29 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 56 |
| Actieve ingrediënten | nebivolol hydrochloride |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |