Inhibace Comp 28x5,00mg
Op voorschrift
Geneesmiddel

Inhibace Comp 28x5,00mg

  € 18,47

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 4,32 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 2,59 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 18,47
Op bestelling

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Zwangerschap Het gebruik van ACE-remmers dient niet te worden gestart tijdens de zwangerschap. Tenzij voortzetten van de behandeling met een ACE-remmer noodzakelijk is, moeten patiënten die een zwangerschap plannen omgezet worden op een alternatieve antihypertensieve therapie met een bekend veiligheidsprofiel voor gebruik tijdens zwangerschap. Als zwangerschap wordt vastgesteld, dient onmiddellijk de behandeling met ACE-remmers gestaakt te worden en moet, indien nodig, begonnen worden met een alternatieve therapie (zie rubrieken 4.3 en 4.6). Hypotensie ACE-remmers kunnen ernstige hypotensie veroorzaken, in het bijzonder aan het begin van de therapie. Hypotensie na de eerste dosis treedt meestal op bij patiënten met een geactiveerd renine-angiotensine�aldosteronsysteem, zoals bij renovasculaire hypertensie of andere oorzaken van renale hypoperfusie, natrium- of volumedepletie, of voorgaande behandeling met andere vasodilatoren. Deze aandoeningen kunnen tegelijk voorkomen, in het bijzonder bij ernstig hartfalen. Hypotensie moet behandeld worden door de patiënt in liggende houding te laten rusten met toediening van volumevergroters. Na aanvulling van het volume kan de behandeling met cilazapril worden voortgezet, maar met een lagere dosis. Als de hypotensie aanhoudt, dient de behandeling gestaakt te worden. Bij risicopatiënten dient de behandeling met cilazapril gestart te worden onder medisch toezicht, met een lagere startdosering en een voorzichtige dosistitratie. Indien mogelijk moet de behandeling met diuretica tijdelijk worden gestaakt. Dezelfde voorzorgsmaatregelen moeten gehanteerd worden bij patiënten met angina pectoris of cerebrovasculaire aandoeningen, waarbij hypotensie een myocardischemie of cerebrale ischemie kan veroorzaken. Dubbele blokkade van het renine-angiotensine-aldosteronsysteem (RAAS) Er is bewijs dat bij gelijktijdig gebruik van ACE-remmers, angiotensine II-receptorantagonisten of aliskiren het risico op hypotensie, hyperkaliëmie en een verminderde nierfunctie (inclusief acuut nierfalen) toeneemt. Dubbele blokkade van RAAS door het gecombineerde gebruik van ACE-remmers, angiotensine II-receptorantagonisten of aliskiren wordt daarom niet aanbevolen (zie rubrieken 4.5 en 5.1). Als behandeling met dubbele blokkade absoluut noodzakelijk wordt geacht, mag dit alleen onder supervisie van een specialist plaatsvinden en moeten de nierfunctie, elektrolyten en bloeddruk regelmatig worden gecontroleerd. ACE-remmers en angiotensine II-receptorantagonisten dienen niet gelijktijdig te worden ingenomen door patiënten met diabetische nefropathie. Nierfunctiestoornissen Bij patiënten met een nierfunctiestoornis dient de dosering van cilazapril te worden aangepast aan de hand van de creatinineklaring (zie rubriek 4.2). Regelmatige controle van kalium- en creatininespiegels is gebruikelijk bij de behandeling van deze patiënten. ACE-remmers hebben een bewezen nierbeschermende werking, maar kunnen een reversibele stoornis van de nierfunctie veroorzaken bij een verminderde nierperfusie, veroorzaakt door een bilaterale nierarteriestenose, ernstig congestief hartfalen, volumedepletie, hyponatriëmie of hoge doseringen diuretica, en bij patiënten die behandeld worden met NSAID's. Preventieve maatregelen zijn het stoppen of tijdelijk staken van de diureticabehandeling, het gebruik van zeer lage doses ACE-remmers aan het begin van de behandeling, en een voorzichtige dosistitratie. Bij patiënten met nierarteriestenose helpt activering van het renine-angiotensine-aldosteronsysteem om de renale perfusie te handhaven door constrictie van de efferente arteriolen. Blokkade van angiotensine-II-formatie, en mogelijke toename van bradykinineformatie, veroorzaakt een vasodilatatie van efferente arteriolen met als gevolg een daling in de glomerulaire filtratiedruk. Hypotensie draagt verder bij aan een vermindering in de renale perfusie (zie rubriek 4.4 "Hypotensie"). Zoals bij andere middelen die op het renine-angiotensinesysteem werken, is er een verhoogd risico op nierinsufficiëntie, waaronder acuut nierfalen, wanneer patiënten met nierarteriestenose met cilazapril behandeld worden. Daarom dient voorzichtigheid te worden betracht bij deze patiënten. Bij het optreden van nierfalen dient de behandeling gestaakt te worden. Overgevoeligheid/angio-oedeem Angio-oedeem is in verband gebracht met ACE-remmers, met een gemelde incidentie van 0,1-0,5%. Angio�oedeem veroorzaakt door ACE-remmers kan voorkomen als terugkomende episodes van zwelling van het gezicht, die verdwijnt bij het staken van de therapie, of als acuut orofaryngeaal oedeem en luchtwegobstructie, die onmiddellijk behandeld moeten worden en levensbedreigend kunnen zijn. Een andere variant is angio-oedeem van de darmen, dat meestal optreedt binnen de eerste 24-48 uur van de behandeling. Het risico op angio-oedeem lijkt hoger te zijn bij donkergekleurde patiënten dan bij patiënten met een niet-donkere huid. Patiënten met angio�oedeem in de anamnese dat niet gerelateerd is aan het gebruik van ACE-remmers lopen mogelijk een hoger risico. Gelijktijdig gebruik van ACE-remmers en sacubitril/valsartan is gecontra-indiceerd vanwege een verhoogd risico op angio-oedeem. Behandeling met sacubitril/valsartan mag niet eerder dan 36 uur na de laatste dosis cilazapril worden gestart. Behandeling met cilazapril mag niet eerder dan 36 uur na de laatste dosis sacubitril/valsartan worden gestart (zie rubriek 4.3 en 4.5). Gelijktijdig gebruik van ACE-remmers en racecadotril, mTOR-remmers (bijv. sirolimus, everolimus, temsirolimus) of vildagliptine kan een verhoogd risico geven op angio-oedeem (bijv. zwelling van de luchtwegen of de tong, met of zonder ademhalingsproblemen) (zie rubriek 4.5). Voorzichtigheid is geboden bij het starten van een behandeling met racecadotril, mTOR-remmers (bijv. sirolimus, everolimus, temsirolimus) of vildagliptine bij een patiënt die een ACE-remmer gebruikt. Anafylaxie Hemodialyse Anafylaxie is voorgekomen bij patiënten die hemodialyse ondergingen met hoge-flux membranen (bijvoorbeeld AN 69) en die behandeld werden met ACE-remmers. Het wordt aanbevolen om een ander type dialysemembraan of een andere klasse bloeddrukverlager te gebruiken bij deze patiënten. Low-densitylipoproteïne (LDL)-aferese Levensbedreigende anafylactische reacties zijn voorgekomen bij patiënten die behandeld werden met ACE�remmers tijdens LDL-aferese met dextransulfaat. Dit kan vermeden worden door de ACE-remmertherapie tijdelijk te staken vóór elke aferese. Desensibilisatie Anafylactische reacties kunnen voorkomen bij patiënten die een desensibilisatiekuur ondergaan met wespen- of bijengif terwijl zij behandeld worden met ACE-remmers. De behandeling met cilazapril moet daarom onderbroken worden vóór het begin van de desensibilisatiekuur, en moet niet vervangen worden door een bètablokker. Leverfunctiestoornissen Enkele gevallen van leverfunctiestoornissen zijn gemeld, zoals verhoogde leverfunctiewaarden (transaminasen, bilirubine, alkalische fosfatase, gamma-GT) en cholestatische hepatitis met of zonder necrose. Patiënten die cilazapril gebruiken en die geelzucht of sterk verhoogde leverenzymwaarden ontwikkelen dienen de behandeling met cilazapril te staken en er moet een passende medische controle plaatsvinden. Bij patiënten met levercirrose (maar zonder ascites) die behandeling van hypertensie nodig hebben, moet de behandeling met cilazapril met extreme voorzichtigheid gestart worden met gebruik van een lagere dosering, omdat een ernstige hypotensie kan optreden (zie rubriek 4.2). Toediening van cilazapril is niet aanbevolen bij patiënten met ascites. Bloedstoornissen Thrombocytopenie, neutropenie en agranulocytose zijn zelden voorgekomen bij behandeling met ACE-remmers. Vooral agranulocytose werd gemeld bij patiënten met nierfalen of bindweefselaandoeningen van de bloedvaten en bij patiënten die behandeld worden met immunosuppressiva. Een periodieke witte bloedceltelling wordt geadviseerd bij deze patiënten. Serumkalium ACE-remmers kunnen hyperkaliëmie veroorzaken door onderdrukking van de vrijgifte van aldosteron. Bij patiënten met een normale nierfunctie is het effect doorgaans niet significant. Hyperkaliëmie kan echter voorkomen bij patiënten met een verminderde nierfunctie en/of bij patiënten die kaliumsupplementen (waaronder zoutvervangers), kaliumsparende diuretica, trimethoprim of co-trimoxazol (ook bekend als trimethoprim/sulfamethoxazol) of, in het bijzonder, aldosteronantagonisten of angiotensinereceptorblokkers gebruiken. Kaliumsparende diuretica en angiotensinereceptorblokkers dienen met voorzichtigheid toegepast te worden bij patiënten die ACE-remmers gebruiken, waarbij de serumkaliumspiegels en de nierfunctie gemonitord moeten worden (zie rubriek 4.5). Diabetes Toediening van ACE-remmers aan patiënten met diabetes kan het bloedsuikerverlagend effect van orale antidiabetica of insuline versterken, vooral bij patiënten met nierfunctiestoornissen. Bij deze patiënten moeten de glucosespiegels nauwlettend gevolgd worden tijdens het begin van de behandeling met een ACE-remmer. Operatie/narcose Narcosemiddelen met een bloeddrukverlagend effect kunnen hypotensie veroorzaken bij patiënten die met ACE�remmers behandeld worden. Hypotensie kan in dit geval gecorrigeerd worden met volumevergroting. Aortastenose/hypertrofische cardiomyopathie ACE-remmers dienen met voorzichtigheid te worden gegeven aan patiënten met obstructieve hartstoornissen (zoals mitralisstenose, aortastenose, hypertrofische cardiomyopathie), omdat het hartminuutvolume niet kan toenemen om de systemische vasodilatatie te compenseren, en het risico bestaat op ernstige hypotensie. Inhibace bevat lactose Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose�galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken. Inhibace bevat natrium Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per tablet, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is. Ras ACE-remmers zijn minder effectief als bloeddrukverlagers bij negroïde patiënten. Deze patiënten lopen een hoger risico op angio-oedeem.

  • Hypertensie
  • Chronisch hartfalen

Inhibace bevat de werkzame stof cilazapril. Dit hoort bij de geneesmiddelengroep van de zogenoemde 'ACE-remmers' (Angiotensine Converterend Enzym-remmers).

  • Diuretica ('plaspillen') – zie 'Hoge bloeddruk (hypertensie)' onder punt 3: Hoe gebruikt u dit middel?
  • Geneesmiddelen voor de behandeling van hoge bloeddruk.
  • Geneesmiddelen uit de groep van 'niet-steroïdale ontstekingsremmers' (NSAID's). Dit zijn onder meer

aspirine, indometacine en ibuprofen. - Insuline of andere geneesmiddelen voor de behandeling van diabetes. - Lithium (voor de behandeling van een depressie). - Steroïde geneesmiddelen (zoals hydrocortison, prednison en dexamethason) of andere middelen die het afweersysteem onderdrukken. - Kaliumsupplementen (inclusief zoutvervangers), kaliumsparende plasmiddelen en andere geneesmiddelen die de hoeveelheid kalium in uw bloed kunnen verhogen (bijvoorbeeld trimethoprim en co-trimoxazol voor infecties veroorzaakt door bacteriën; ciclosporine, een geneesmiddel dat het immuunsysteem onderdrukt dat gebruikt wordt om afstoting van een orgaantransplantaat te voorkomen; en heparine, een geneesmiddel dat gbruikt wordt om het bloed te verdunnen om het vormen van bloedstolsels te voorkomen).

  • Aldosteronantagonisten.
  • Sympathomimetica.
  • Anesthetica, narcotica.
  • Tricyclische antidepressiva, antipsychotica.
  • Goudverbindingen (gebruikt om reumatoïde artritis te behandelen).

(a) Samenvatting van het veiligheidsprofiel De meest voorkomende bijwerkingen bij patiënten die ACE-remmers gebruiken zijn hoesten, huiduitslag en nierfunctiestoornissen. Hoesten komt vaker voor bij vrouwen en niet-rokers. Indien de patiënt de hoest kan verdragen, kan het redelijk zijn om de behandeling voort te zetten. In sommige gevallen kan het helpen als de dosis verlaagd wordt. Bij minder dan 5% van de patiënten die ACE-remmers gebruiken moet de behandeling gestaakt worden door het optreden van ernstige bijwerkingen gerelateerd aan de behandeling. (b) Lijst van bijwerkingen De volgende lijst met bijwerkingen is gebaseerd op meldingen in klinische studies en op spontane meldingen na de marktintroductie van cilazapril en/of andere ACE-remmers. Schattingen van de frequentie van voorkomen zijn gebaseerd op het aantal patiënten dat een bijwerking meldde tijdens klinische onderzoeken met cilazapril, met een totale onderzoekspopulatie van 7171 patiënten. Bijwerkingen die niet voorkwamen tijdens klinische onderzoeken met cilazapril maar die gemeld zijn bij het gebruik van andere ACE-remmers of na op het de markt komen van cilazapril zijn geclassificeerd als 'zelden' voorkomend. De frequentie-indeling is als volgt: Zeer vaak ≥ 1/10 Vaak ≥ 1/100 en < 1/10 Soms ≥ 1/1.000 en < 1/100 Zelden < 1/1.000 Bloed- en lymfestelselaandoeningen Zelden Neutropenie, agranulocytose, trombocytopenie, anemie Immuunsysteemaandoeningen Soms Angio-oedeem (waarbij gezicht, lippen, tong, larynx of maagdarmkanaal betrokken kunnen zijn) (zie rubriek 4.4) Zelden Anafylaxie (zie rubriek 4.4) Lupus-achtig syndroom (symptomen zoals vasculitis, myalgie, artralgie/artritis, positieve antinucleaire antilichamen, verhoogde sedimentatiesnelheid van erythrocyten, eosinofilie en leukocytose) Zenuwstelselaandoeningen Vaak Hoofdpijn Soms Dysgeusie Zelden Cerebrale ischemie, TIA en ischemische beroerte Perifere neuropathie Hartaandoeningen Soms Myocardischemie, angina pectoris, tachycardie, palpitaties Zelden Myocardinfarct, aritmie Bloedvataandoeningen Vaak Duizeligheid Soms Hypotensie, orthostatische hypotensie (zie rubriek 4.4). Mogelijke symptomen bij hypotensie zijn syncope, zwakte, duizeligheid en visuele stoornissen. Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen Vaak Hoest Soms Dyspneu, bronchospasmen, rhinitis Zelden Interstitiële longziekte, bronchitis, sinusitis Maagdarmstelselaandoeningen Vaak Misselijkheid Soms Droge mond, afteuze stomatitis, verminderde eetlust, diarree, braken Zelden Glossitis, pancreatitis Lever- en galaandoeningen Zelden Afwijkende leverfunctiewaarden (zoals transaminasen, bilirubine, alkalische fosfatase en gamma-GT) Cholestatische hepatitis met of zonder necrose Huid- en onderhuidaandoeningen Soms Huiduitslag, maculopapulaire rash Zelden Psoriasiforme dermatitis, psoriasis (exacerbatie), lichen planus, exfoliatieve dermatitis, urticaria, erythema multiforme, Stevens-Johnson syndroom, toxische epidermale necrolyse, bulleus pemfigoïd, pemfigus, Kaposi�sarcoom, vasculitis/purpura, fotosensibiliteitsreacties, alopecia, onycholyse Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen Soms Spierkrampen, myalgie, artralgie Nier- en urinewegaandoeningen Zelden Nierfunctiestoornissen, acuut nierfalen (zie rubriek 4.4), bloedcreatinine verhoogd, bloedureum verhoogd Hyperkaliëmie, hyponatriëmie, proteïnurie, nefrotisch syndroom, nefritis Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen Soms Impotentie Zelden Gynaecomastie Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Vaak Vermoeidheid Soms Overmatig zweten, blozen, asthenie, slaapstoornis (c) Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen Hypotensie en orthostatische hypotensie kunnen voorkomen bij het begin van de behandeling of bij verhoging van de dosering, vooral bij risicopatiënten (zie rubriek 4.4). De kans op nierfunctiestoornissen en acuut nierfalen is groter bij patiënten met ernstig hartfalen, nierarteriestenose, bestaande nieraandoeningen of volumedepletie) (zie rubriek 4.4). De kans op hyperkaliëmie is het grootst bij patiënten met nierfunctiestoornissen en patiënten die kaliumsparende diuretica of kaliumsupplementen gebruiken. De bijwerkingen cerebrale ischemie, TIA en ischemische beroerte, die zelden gemeld zijn in verband met het gebruik van ACE-remmers, zijn mogelijk gerelateerd aan hypotensie bij patiënten met onderliggende cerebrovasculaire aandoeningen. Evenzo is myocardischemie mogelijk gerelateerd aan hypotensie bij patiënten met onderliggende ischemische hartaandoeningen. Hoofdpijn is een vaak gemelde bijwerking, hoewel het vaker voorkomt bij patiënten die placebo ontvangen dan bij patiënten die ACE-remmers ontvangen. d) Melding van vermoedelijke bijwerkingen Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem: België Federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Afdeling Vigilantie Postbus 97 B-1000 Brussel Madou Website: www.fagg.be e-mail: adversedrugreactions@fagg-afmps.be

- Overgevoeligheid voor het actieve bestanddeel of een van de hulpmiddelen opgesomd in "Samenstelling", of voor andere ACE-remmers.
- Voorgeschiedenis van angio-oedeem geassocieerd met een eerdere behandeling met een ACE-remmer.
- Erfelijk of idiopathisch angio-oedeem.
- Tweede en derde trimester van de zwangerschap .
- Het gelijktijdig gebruik van Inhibace met aliskiren-bevattende geneesmiddelen is gecontra-indiceerd bij patiënten met diabetes mellitus of nierinsufficiëntie (GFR < 60 ml/min/1,73 m2) .

Zwangerschap Het gebruik van ACE-remmers zoals cilazapril wordt niet aanbevolen tijdens het eerste trimester van de zwangerschap (zie rubriek 4.4). Het gebruik van ACE-remmers zoals cilazapril is gecontra-indiceerd gedurende het tweede en derde trimester van de zwangerschap (zie rubrieken 4.3 en 4.4). Er is geen duidelijk epidemiologisch bewijs met betrekking tot het risico van teratogeniciteit na blootstelling aan ACE-remmers gedurende het eerste trimester van de zwangerschap. Een klein verhoogd risico kan echter niet uitgesloten worden. Tenzij voortzetten van de behandeling met een ACE-remmer noodzakelijk is, moeten patiënten die een zwangerschap plannen omgezet worden op een andere antihypertensieve therapie met een bekend veiligheidsprofiel voor gebruik tijdens de zwangerschap. Als zwangerschap wordt vastgesteld, dient onmiddellijk de behandeling met ACE-remmers gestaakt te worden, en moet, indien nodig, begonnen worden met een alternatieve therapie. Het is bekend dat blootstelling aan ACE-remmers gedurende het tweede en derde trimester foetale toxiciteit (verslechterde nierfunctie, oligohydramnie, achterstand in schedelverharding) en neonatale toxiciteit (nierfalen, hypotensie, hyperkaliëmie) kan induceren. Als blootstelling vanaf het tweede trimester van de zwangerschap heeft plaatsgevonden, wordt een echoscopie van de nierfunctie en de schedel aanbevolen. Pasgeborenen van wie de moeder een ACE-remmer heeft gebruikt dienen nauwkeurig gecontroleerd te worden op hypotensie (zie rubrieken 4.3 en 4.4). Borstvoeding Omdat er geen informatie beschikbaar is over de veiligheid van cilazapril tijdens het geven van borstvoeding, wordt het gebruik van cilazapril niet aanbevolen en hebben alternatieve behandelingen met een bekender veiligheidsprofiel de voorkeur voor gebruik tijdens borstvoeding, vooral bij pasgeboren of te vroeg geboren baby's.

Hypertensie

  • Startdosis: 0,5 - 1 mg, 1 x daags
  • Gebruikelijke dosering: 2,5 - 5 mg, 1 x daags

Chronisch hartfalen

  • Startdosis: 0,5 mg, 1 x daags, onder medisch toezicht
  • Indien nodig, de dosis verhogen met wekelijkse intervallen
  • Gebruikelijke dosering: 1 - 2,5 mg, 1 x daags
  • Max. 5 mg /dag.

Toedieningswijze

  • 1 x /dag, op ongeveer hetzelfde tijdstip
  • Vóór of na de maaltijd
CNK 0287961
Organisaties Cheplapharm Arzneimittel, De Eurocept Groep
Merken Cheplapharm
Breedte 48 mm
Lengte 122 mm
Diepte 38 mm
Hoeveelheid verpakking 28
Actieve ingrediënten cilazapril
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)